Diagnose en onderzoek bij longfibrose

Voordat de diagnose longfibrose wordt gesteld heeft u vaak al enige tijd klachten. Denk aan benauwdheid, een droge hoest, vermoeidheid of moeite met traplopen. Omdat deze klachten ook bij andere aandoeningen voorkomen, is het stellen van de juiste diagnose soms lastig.

Een vroege en nauwkeurige diagnose is belangrijk. Hoe eerder de ziekte wordt vastgesteld, hoe sneller de juiste behandeling kan beginnen.

Eerste stap: gesprek met de huisarts

De huisarts zal u vragen stellen over:

  • Uw klachten en hoe lang ze bestaan 
  • Uw werk, woonomgeving en hobby’s 
  • Eventuele blootstelling aan stoffen 
  • Medicijngebruik 
  • Ziekten in de familie 

Als uw huisarts een longaandoening vermoedt, verwijst hij of zij u door naar een longarts. Daar krijgt u een lichamelijk onderzoek en verschillende testen. De meeste van onderzoeken vinden plaats in het ziekenhuis.

Onderzoeken bij longfibrose

Om longfibrose vast te stellen en andere aandoeningen uit te sluiten, zijn meerdere onderzoeken nodig:

  • Saturatiemeting: meet het zuurstofgehalte in uw bloed
  • Bloedonderzoek: onderzoekt onderliggende oorzaken
  • Röntgenfoto en CT-scan: geven beeld van de longstructuur
  • Longfunctietest: meet o.a. longinhoud en zuurstofuitwisseling
  • Loop- of fietstest: meet uw inspanningsvermogen
  • Bronchoscopie/longspoeling (BAL): kijkt in de luchtwegen
  • Biopsie: neemt longweefsel voor onderzoek

Multidisciplinair overleg en behandelplan

De uitslagen worden besproken in een team van specialisten (het MDO of MultiDisciplinair Overleg). Op basis daarvan stelt de longarts een behandelplan op, dat afgestemd wordt op uw persoonlijke situatie. U kunt ook worden verwezen naar aanvullende zorg.