Meer energie door anders eten
Als je longfibrose hebt, moet je soms meer eten dan je gewend bent. Dat voorkomt dat je spiermassa afneemt. Vooral energie- en eiwitrijk eten is belangrijk, zeggen diëtisten Suzanne Klerks en Mira van Voorthuizen van het LUMC in Leiden. “Het zorgt echt voor meer kwaliteit van leven.”
Gezond, voldoende en gevarieerd eten: het is voor iedereen belangrijk. Maar zeker als je een longziekte hebt als longfibrose. Daarbij loop je een verhoogd risico op ongewenst gewichtsverlies en daarmee het risico op ondervoeding. Ademen, eten en bewegen kosten namelijk extra veel energie. Als voeding niet voldoende energie geeft, haalt het lichaam energie uit je spieren. Niet je vetmassa neemt af, maar juist je spiermassa. Het is een soort neerwaartse spiraal, legt Suzanne Klerks uit, diëtist bij het LUMC. “Als je niet genoeg energie en eiwitten binnenkrijgt, gaat je lichaam eigen eiwitten afbreken, en dus je spieren. Dat maakt dagelijkse dingen doen zwaarder, zoals traplopen en aankleden.
Het gevolg is dat je meer gaat zitten en nog sneller spiermassa verliest. Je krijgt minder kracht in je arm- en beenspieren maar ook in de ademhalingsspieren. Daardoor gaat het ademhalen moeilijker. En dat is nu juist wat je niet wilt bij een longziekte.”
Mensen met overgewicht zijn soms blij dat ze door hun longziekte afvallen, merkt ze. “Maar ook voor mensen met overgewicht is afvallen niet altijd goed, omdat ze vooral afvallen in spiermassa en minder in vetmassa. Letten op wat je eet, is dan ook belangrijk als je longfibrose hebt. Zorg dat je voldoende energie en eiwit binnenkrijgt.”
‘Vergeet light producten; kies voor volle melk, 48+ kaas en beleg je brood dikker’
Niet light maar vol
Eiwitten zijn de bouwstoffen voor het lichaam, zegt Mira van Voorthuizen, net als Suzanne Klerks diëtist bij het LUMC. “Maak gebruik van energie- en eiwitrijke producten. Kies voor volle melkproducten, kaas, vlees, vleeswaren, vis, ei en noten. Dat kan best even raar voelen. Veel mensen hebben altijd light of magere producten gegeten, en ineens schrijven wij volle melkproducten voor en zeggen we dat ze hun brood dikker moeten beleggen.”
Het is dan soms nodig om inzichtelijk te maken dat iemand meer moet eten. Daar zijn onderzoeken voor. De diëtisten meten bijvoorbeeld de energiebehoefte bij iemand in rust. Of ze meten de handknijpkracht – dat geeft inzicht in het verlies van de spierkracht.
Drinkvoeding
Als iemand ondanks de voedingsadviezen toch te veel afvalt en/of moeite heeft om extra te eten, schrijven de diëtisten aanvullende drinkvoeding voor. Dat is een drank vol energie, eiwitten, vitamines en mineralen waarmee je mogelijke tekorten kunt aanvullen. Van Voorthuizen behandelde ooit een vrouw die liever geen drinkvoeding wilde gebruiken. “Toen ze het toch probeerde, bleek ze eindelijk weer energie te hebben om met de kleinkinderen te spelen. Die drinkvoeding had ik veel eerder moeten nemen, zei ze.”
Zes keer per dag
Longfibrose hebben vraagt veel energie. Soms kun je te moe zijn om te eten. Hoe krijg je dan toch voldoende energie en eiwit binnen? Van Voorthuizen: “Eet bijvoorbeeld zes kleine maaltijden per dag in plaats van drie grote. Of neem de warme maaltijd niet ‘s avonds, maar midden op de dag als je fitter bent.” Soms kost het klaarmaken van een maaltijd al zoveel energie dat er nog maar weinig fut overblijft om te eten. Klerks: “Kan er niemand anders voor je koken, bestel dan bijvoorbeeld eten van een maaltijdservice. Zo kun je al je energie gebruiken voor het eten. Of maak van tevoren een maaltijd klaar en vries deze in porties in.”
De rol van votamine D
Nog een aandachtspunt: zorgen voor voldoende calcium in de voeding. Wie longfibrose heeft, loopt meer kans op botontkalking – en dus op botbreuken. Dat komt door onder andere het gebruik van bepaalde medicijnen, zoals prednison. Vooral melkproducten, kaas, groente, noten en peulvruchten bevatten calcium. Vitamine D zorgt ervoor dat de darmen het calcium goed opnemen. Dat vermindert de kans op botontkalking. Klerks: “Ook bewegen is heel belangrijk. Wie te weinig beweegt, loopt een grotere kans op botontkalking.”
Hoe dan ook bereik je het beste resultaat door de juiste voeding te combineren met bewegen. Alleen dan is het mogelijk om spiermassa op te bouwen – of in ieder geval het verlies aan spiermassa te beperken. “Dat kan een hele opgave zijn als je moe en kortademig bent”, zegt Klerks. “Maar als spieren sterker worden, is een inspanning als ademhalen minder moeilijk. De kwaliteit van leven kan hierdoor verbeteren. Wij adviseren om regelmatig te wandelen of te fietsen. Ook verstandig: trainen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Krachttraining doen zorgt voor de aanmaak van spieren.”
Artikel Informatieblad Longfibrosepatiëntenvereniging – september 2020
